Nieuwe regels voor installaties met propaan
20/05/2026
De nieuwe generatie natuurlijke koudemiddelen vraagt om nieuwe certificeringen. Zowel monteurs als installatiebedrijven krijgen hiermee te maken. In Koppeling vertelt Harry Dekker, directeur van STEK, over de nieuwe regels rondom installaties met propaan. Wie een warmtepomp met propaan wil installeren, moet eerst het nieuwe A1- of A2-certificaat halen. Volgens Dekker komt de branche nu pas echt in beweging, terwijl de overstap naar natuurlijke koudemiddelen al langer zichtbaar was.
De omslag van synthetische naar natuurlijke koudemiddelen is volgens Dekker sneller gegaan dan veel mensen hadden verwacht. Warmtepompen met propaan waren er al langer, maar tijdens de laatste editie van de VSK bleek duidelijk dat propaan inmiddels de nieuwe standaard aan het worden is.
Volgens Dekker is dat logisch. “Het is gewoon een heel geschikt koudemiddel, met een effectief rendement en geschikt voor het maken van hogere watertemperaturen. Daarbij wordt vanuit Europa het gebruik van natuurlijke koudemiddelen gestimuleerd. De synthetische koudemiddelen hebben een hoog global warming potential. De overheid heeft die daarom aan quota gebonden, wat de prijs van deze middelen opdrijft.”
Nieuwe vraagstukken
Voor het werken met natuurlijke koudemiddelen zijn nieuwe certificeringen nodig. Waar bij F-gassen vooral de nadruk lag op milieuaspecten, draait het bij natuurlijke koudemiddelen vooral om veiligheid.
“Bij de F-gassen lag de nadruk op de milieuaspecten. Lekkage is in feite een milieudelict vanwege de schadelijkheid van deze stoffen. Dat is met de natuurlijke koudemiddelen als ammoniak, propaan en CO2 niet meer zo. Daar is de veiligheid het belangrijkste issue. Dan gaat het om giftigheid, hoge druk en explosiegevaar. Bij het veelgebruikte propaan gaat het vooral om explosiegevaar.”
Volgens Dekker merkt STEK dat de nieuwe ontwikkelingen inmiddels echt leven in de branche. Dat ziet de organisatie onder meer terug in het grote aantal examens voor de nieuwe certificaten.
Koelmonteurs die al een F-gassencertificaat hebben, mogen tot 2029 nog met F-gassen blijven werken. Wie ook met natuurlijke koudemiddelen aan de slag wil, moet wel eerst een nieuw certificaat halen. Daarbij kunnen ervaren monteurs voor sommige onderdelen vrijstelling krijgen, bijvoorbeeld voor solderen. Het onderdeel koeltechniek zal voor hen grotendeels bekend zijn, waardoor de focus vooral op veiligheid ligt.
Monteurs zonder F-gassencertificaat moeten het volledige examen afleggen. Dat bestaat uit zowel theorie als praktijkonderdelen. Net als bij F-gassen kunnen monteurs een A1- of A2-certificaat halen. Welke nodig is, hangt af van de hoeveelheid koudemiddel in de installatie. Voor warmtepompen in woningen zal A2 in veel gevallen voldoende zijn. Volgens Dekker zijn de verschillen tussen A1 en A2 overigens beperkt.
Risicoanalyse en veiligheid
Bij het werken met propaan draait veiligheid vooral om het voorkomen van explosies. Monteurs moeten daarom een lastminuterisicoanalyse uitvoeren. Daarbij bekijken ze welke risico’s er zijn en welke beschermingsmiddelen nodig zijn.
“Met een detector kan hij de concentratie propaan meten. Dat kan zich bij een lekkage bijvoorbeeld ophopen in de behuizing. Dan moet hij dat met een explosieproof ventilator wegventileren totdat de dosis zo laag is dat er geen explosiegevaar meer is.”
Tegelijkertijd benadrukt Dekker dat het risico op explosies niet overdreven groot is. “Het is echt niet zo dat elke unit zomaar kan exploderen. Het gaat vooral om het bewust zijn van de risico’s.”
Veel fabrikanten kiezen daarom voor propaanwarmtepompen als monoblock-uitvoering. Daarbij bevindt het koudemiddel zich alleen in de buitenunit, waardoor de risico’s kleiner zijn. Er zijn ook splitunits met propaan, maar vooral in de aircomarkt verloopt de overstap naar propaan langzamer.
Ook certificering voor bedrijven
Niet alleen monteurs moeten gecertificeerd zijn. Ook installatiebedrijven krijgen te maken met nieuwe eisen. Volgens Dekker ligt de uiteindelijke verantwoordelijkheid namelijk bij de werkgever.
“Die zal volgens BRL 100 onder meer moeten zorgen dat het werk wordt uitgevoerd door gecertificeerde personen, moet toolboxmeetings organiseren en de registratie van gebruikte koudemiddelen bijhouden.”
Ook zzp’ers en eenmanszaken moeten aan deze bedrijfscertificering voldoen. Sinds 1 september kunnen hiervoor audits worden uitgevoerd. Daarna geldt een overgangsperiode van twee jaar waarin bedrijven de tijd krijgen om aan de regels te voldoen.
Dekker begrijpt dat de veranderingen voor installateurs als een extra uitdaging voelen. “Een installateur vindt het altijd lastig om een overstap te maken. Dat kost tijd en omzet, terwijl er al een tekort aan monteurs is. Het is vooral een hindernis die op je pad komt en die je moet nemen, maar waarmee je wel bijdraagt aan een beter milieu. En uiteindelijk zal iedereen hieraan moeten voldoen.”